Boek in wording – het einde

Onzekerheid hoort erbij. Wie wil schrijven, moet kunnen leven met de twijfel. Wie nooit twijfelt, is niet goed bezig. Ik hoor het van anderen, ik lees het links en rechts en het zal dan wel zo zijn zeker. Zal ik maar gewoon verdergaan waar ik ben gestopt met mijn schrijfwerk en het manuscript nog een keer onder handen nemen?
Ik herbekijk en herschrijf, beginnend bij het begin. Want dat kan en moét absoluut beter.
En zie wat er gebeurt: zodra ik het begin heb herschreven, lijkt het hele verhaal ineens veel echter en consequenter van toon. Zat het begin al die tijd fout en ben ik nu verlost van de twijfel? Time will tell.
Ook na enkele weken blijf ik tevreden over de nieuwe versie. Strakker, slanker, beter. Een feestversie, misschien brengt ze geluk.
We zijn halverwege 2021, ik zit op schema met het beste manuscript dat ik in de vingers heb, maar zal iemand het willen uitgeven? Overal hoor en lees ik het: uitgeverijen moeten terugsnoeien na corona. Als ik het manuscript instuur, moet ik honderd procent zeker weten dat het niet beter kan. Nog een keer herbekijken kan zeker geen kwaad. Maar de zomer gaat voorbij en ik schrijf niet. Geen letter. Ik kijk niet verder dan wat de blik ziet, ik ben zonder gedachten, en zonder verbinding.
Na de zomer lukt het dan toch.
De feestversie gaat een laatste keer door mijn handen en vertrekt begin september naar een Vlaamse uitgever, want een Vlaamse thuis is de beste voor dit verhaal. Ondanks corona, besparingen, papiertekorten en andere obstakels in het boekenvak, is die uitgever bereid om echt te lezen. Wat hij ervan vindt, weet ik niet meteen. We spreken af om kennis te maken begin oktober.
Bang om teleurgesteld te worden verwacht ik niet veel, en zo komt het dat ik totaal onvoorbereid, met een hart dat zo kalm is als de Dijle bij windstil zomerweer, hoor hoe droom en realiteit samenkomen in één zin: ‘Ik las je manuscript, ik vind het goed en wil het uitgeven.’ Een nonchalant simpele zin die ik aanhoor en niet meteen begrijp.
Echt?
Ja. Echt.