Wortels

Elke dag laat ik mezelf uit. Door het bos loop ik tot aan de Dijle om daar een uur te dwalen, met enkel de benen die malen en de blik op oneindig. Al meer dan twintig jaar doe ik het zo, maar dit jaar komt er een einde aan. Dit jaar gaan we hier weg. We verhuizen. Van ons huis naar een appartement. Nog voor we wisten waarnaartoe, werd ik gewaar dat ik voor het eerst in mijn leven niet zou kunnen achterlaten wat niet past in de valies. Bij elke gedachte aan elders, al was het de allerprachtigste elders, groeide de weerstand en ik begreep dat alles wat ik hier heb – ons huis, maar ook de rivier, de weilanden, de houtkanten, het hele landschap – zich in mij heeft geworteld.
Daarom verhuizen we naar niet al te ver, niet verder dan op wandelafstand! Van de Dijle naar de Demer. Van het bos naar de vallei. Van Tremelo naar Betekom.
‘Weet ge hoe ze een inwoner van Betekom noemen in het Frans?’ vraagt mijn man.
Een bète-comme-toi, ja. Ja.