17 november 2019
Het meisje likt aan mijn hand. Blootsvoets huppelt ze met me mee, niet gestoord door harige stukjes kokosschil, takjes of palmnoten onder haar voetzolen. Veel ouder dan vier is ze niet. Onbevreesd en vol vertrouwen begroet ze de twee vreemden, die vanuit de bolongs met een prauw zijn aangekomen om haar eiland te bezoeken. Haar overmaatse, met borduursels versierde jurkje danst knaloranje over haar zwarte huid. De rits op haar rug is niet tot boven dicht. Zo dragen de vrouwen hier hun jurken, met een rits die enkele centimeters openstaat zodat flapjes stof meedeinen op de bewegingen van het lichaam. Dient het een doel? Voorkomt het roestende ritsen die niet meer opengaan of beteugelt het zweterige handen op bezwete ruggen? Ik weet het niet. Aan de rand van het dorp beginnen de rijstvelden. Daar houdt het meisje halt en voor ze me loslaat, likt ze snel weer even aan […]





